Uitzendbranche heeft belangrijke scholingsfunctie 

Op 28 mei 2010 is het eerste grote scholingsonderzoek onder flexkrachten gepresenteerd. Hieruit blijkt dat 13 procent van de flexkrachten die als uitzendkrachten werken, een opleiding volgt. Bij flexkrachten in directe dienst bij een werkgever, zoals oproepkrachten en krachten met een tijdelijk contract, ligt dat percentage op 7 procent. Uit het onderzoek blijkt verder dat uitzendkrachten relatief jong zijn en bijna 40 procent geen startkwalificatie heeft voor de arbeidsmarkt. Ruim drie kwart van de uitzendondernemingen laat uitzendkrachten scholen. De ambitie is om in de toekomst 20 procent van alle uitzendkrachten te scholen.  

 Dit staat te lezen in de eerste opleidingsmonitor van de flexbranche. Het onderzoek is gebaseerd op de Enquête Beroepsbevolking van het CBS. Onder de groep van ruim 80.000 personen bevinden zich jaarlijks zo’n 1.200 -1.800 uitzendkrachten. Van de uitzendkrachten volgt 13 procent een opleiding (scholieren en studenten niet meegerekend). Dat is iets minder dan werknemers met een vast dienstverband (16 procent), maar wel meer dan flexkrachten in directe dienst bij een werkgever (7 procent). “De aandacht voor opleiden is flink toegenomen”, concludeert Marcel Nuyten, voorzitter van scholingsfonds STOOF en onderhandelaar bij FNV Bondgenoten. “Maar we zijn er nog niet. De ambitie is dat 20 procent van de uitzendkrachten een opleiding volgt.” Dat moet zorgen voor bredere inzetbaarheid en doorstroming van flexkrachten.
 
Uit het scholingsonderzoek blijkt dat vooral uitzendkrachten in de leeftijdscategorie van 25 tot 34 jaar scholing volgen. 40 Procent van de uitzendkrachten heeft geen startkwalificatie. Ongeveer een kwart hiervan probeert hier via een opleiding in de uitzendbranche wat aan te
doen. “Een opvallende conclusie. Zij pakken hun kans als uitzendkracht opnieuw”, aldus Nuyten. “Hierdoor wordt veel verborgen talent alsnog aangeboord en daar zou meer op ingezet moeten worden. Daar hebben de BV Nederland en flexkrachten veel baat bij.” Het onderzoek illustreert volgens Nuyten het belang van de uitzendbranche als leerbedrijf. “Alleen moet die functie meer erkenning krijgen. STOOF kan daarin een belangrijke rol vervullen. Ook zou een nationaal scholingsfonds kunnen zorgen dat gelden beter benut kunnen worden voor het opleiden van flexkrachten, onder hen veel jongeren.” 
 
Verwachtingen
Ruim driekwart van de uitzendbedrijven heeft in 2008 of de eerste helft van 2009 flexkrachten geschoold. Veel uitzendondernemingen is gevraagd wat hun verwachtingen zijn rond scholing in 2010. 42 Procent verwacht meer aan scholing uit te geven dan in 2009, slechts 6 procent verwacht (veel) minder uit te geven. De sterkste opleidingsgroei wordt verwacht voor alle functies in de zorgsector, lagere functies in bouw/techniek, lagere en middelbare functies in zakelijke dienstverlening en hogere functies in industrie en productie.  

In het rapport wordt een aantal aanbevelingen gedaan om de scholingsfunctie van de uitzendbranche nog beter te benutten en te versterken. Er wordt opgeroepen om publieke opleidingsbudgetten en O&O-fondsen makkelijker beschikbaar te maken voor uitzendkrachten en aanbevolen om te komen tot meer maatwerk in het opleidingsaanbod, zodat deze beter aansluit bij de flexibele opleidingsbehoeften van de uitzendbedrijven.

 

OTTO biedt haar medewerkers de mogelijkheid zich persoonlijk te ontwikkelen. Onder het motto "je komt er rijker vandaan" doelen we niet alleen op het financiele plaatje, maar vooral op het menselijk aspect. Middels onze eigen OTTO Academy kunnen onze medewerkers zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Meer over onze opleidingsmogelijkheden kunt u vinden onder het kopje opleidingsmogelijkheden.